Gratis bezorging vanaf €50 Voor 12:00 besteld, morgen in huis WebwinkelKeur gecertificeerd Veilig betalen met iDEAL & Klarna
8,8/1043 beoordelingen · WebwinkelKeur geverifieerd“Prima gelopen” — Paul Klein“Prima geregeld top” — eric gierveldAlle beoordelingen →

Nefit CV-ketel storingscodes

Zoek de storingscode van je Nefit cv-ketel. Klik voor de oorzaak en de onderdelen die je nodig hebt.

CodeOorzaak
, HCV-installatie wordt niet warm genoeg. De boiler wordt correct verwarmd. CV-zijdig brandt het toestel alleen op laag vermogen.
, HCV wordt niet warmer dan 60 C
, YCV-installatie wordt te warm of niet warm genoeg; de boiler wordt niet verwarmd. Toestel brandt alleen op cv. Vermogen ingesteld met instelpotmeter voor sanitairwater.
-. ACV-installatie wordt te warm; de boiler wordt niet verwarmd. Toestel brandt alleen op cv en moduleert niet terug
-. HInstelpotmeter van maximaal cv vermogen is te laag ingesteld. Ventilator draait alleen op laag toerental.
-. YCV-installatie wordt te warm of niet warm genoeg; de boiler wordt niet verwarmd. Toestel brandt alleen op cv. Vermogen ingesteld met instelpotmeter voor sanitairwater.
-.HCV wordt niet warmer dan 60˚C
-A 208Het cv-toestel bevindt zich in servicebedrijf
-A 208Het cv-toestel bevindt zich in schoorsteenveger- of in servicebedrijf.
-H 200Het cv-toestel brandt en bevindt zich in cv-bedrijf.
-H 200Het cv-toestel is in bedrijf voor cv.
-H 200Het cv-toestel bevindt zich in cv-bedrijf
. ACV-installatie wordt te warm; de boiler wordt niet verwarmd. Toestel brandt alleen op cv en moduleert niet terug.
0 of .HCV-installatie wordt correct verwarmd, de boiler (indien aanwezig) niet
0 of .HCV-installatie wordt te warm, de boiler (indien aanwezig) wordt niet verwarmd
0 of =.HCV-installatie wordt correct verwarmd, de boiler (indien aanwezig) niet
0 of =.HCV-installatie wordt niet verwarmd, de boiler (indien aanwezig) wel
0 of =.HCv-installatie wordt correct verwarmd, de boiler (indien aanwezig) niet
0 of =.HCv-installatie wordt niet verwarmd, de boiler (indien aanwezig) wel
0AToestel in antipendeltijd
0A 202Bedrijfsfase antipendelprogramma
0A 202Het cv-toestel wacht.
0A 202Toestel staat in antipendelprogramma
0A 305Het cv-toestel wacht na einde warmwaterbedrijf
0A 305Het cv-toestel wacht na einde warmwaterbedrijf.
0A 305Bedrijfsfase CV
0A 353Het cv-toestel wacht. Binnen 24 uur nooit langer dan 20 minuten uit geweest.
0C 283Het cv-toestel bereidt zich voor op een branderstart. De ventilator en de pomp worden aangestuurd.
0C 283Voorbereidingsfase
0C 283Het cv-toestel bereidt zich voor op een branderstart. De ventilator en de pomp worden aangestuurd.
0E 265Het cv-toestel wacht.
0E 265Standby
0H 203Het cv-toestel staat op stand-by
0H 203Het cv-toestel staat stand-by
0H 203Standby
0H 203Het cv-toestel staat stand-by.
0H of =.HCV-installatie wordt niet warm genoeg. De boiler wordt correct verwarmd. CV-zijdig brandt het toestel alleen op laag vermogen.
0H of =.HCV-installatie wordt te warm, de boiler (indien aanwezig) wordt niet verwarmd
0H of =.HTapwater van de boiler is te koud bij grote afname of de volumestroom van warm water is te klein
0H of =.HCV-installatie wordt warm wanneer de boiler warmte vraagt
0H of =.HTapwater van de boiler is te koud bij grote afname of de volumestroom van warm water is te klein
0L 284Ontstekingsfase
0L 284Het gasregelblok wordt aangestuurd.
0PToestel start niet
0U 270Opstartfase
0U 270Het cv-toestel wordt opgestart na het inschakelen van de netspanning of na het uitvoeren van een reset.
0U 270Het cv-toestel wordt opgestart.
0U 270Het cv-toestel wordt opgestart na het inschakelen van de netspanning of na het uitvoeren van een reset.
0YCV-installatie en boiler (indien aanwezig) worden niet verwarmd
0YCV-installatie wordt onvoldoende verwarmd. Temperatuur van het cv water is hoger dan ingesteld op de aanvoertemperatuurknop of hoger dan de stooklijn van de weersafhankelijke regeling
0YCV-installatie wordt niet verwarmd; de boiler (indien aanwezig) wordt te heet.
0YDe CV-installatie wordt (te) warm. Het toestel herstart voortdurend. De boiler (indien aanwezig) wordt niet verwarmd
0Y 204Het cv-toestel wacht. De gemeten aanvoertemperatuur is hoger dan de berekende of ingestelde cv-watertemperatuur.
0Y 204Bedrijfsfase
0Y 204Het cv-toestel wacht. De gemeten aanvoertemperatuur is hoger dan de berekende of ingestelde cv-watertemperatuur.
0Y 276De aanvoertemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 95°C.
0Y 276De aanvoertemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 95°C.
0Y 276De contacten van de aanvoersensor zijn onderbroken
0Y 277Storing watertemperatuur
0Y 277De safetytemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 95°C.
0Y 277De safetytemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 95 °C.
0Y 277De safetytemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 95°C.
0Y 285De retourtemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 95°C.
0Y 285De retourtemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 95°C.
0Y 285De retoursensor heeft een actuele cv retourwatertemperatuur gemeten, die hoger is dan 95°C.
1013Maximale brandtijdstip is bereikt
1014De ionisatiestroom is te laag
1017Waterdruk te laag.
1017Waterdruk te laag
1018Servicetijd afgelopen
1021Warmwatertemperatuursensor defect
1022De warmwatertemperatuursensor is defect
1023Maximale bedrijfsduur inclusief stand-bytijd is bereikt.
1065Druksensor defect of niet aangesloten.
1068Buitentemperatuursensor of lambdasonde defect
1073Kortsluiting aanvoertempertuursensor
1074Geen signaal van aanvoertemperatuursensor aanwezig
1075Kortsluiting ketelblok-temperatuurbegrenzer
1076Geen signaal van ketelblok-temperatuurbegrenzer aanwezig
1A 316De rookgastemperatuursensor heeft een te hoge temperatuur gemeten.
1CAansluiting voor rookgasthermostaat is open
1C 210De rookgassensor heeft een te hoge temperatuur gemeten en staat geopend.
1L 211Er is geen doorverbinding op de contacten 78 en 50 van de UBA 3-montagevoet.
1L 211Storing UBA
1P 346De temperatuur van de rookgastemperatuursensor stijgt te snel.
1U 317De contacten van de rookgastemperatuursensor zijn kortgesloten.
1Y 318De contacten van de rookgastemperatuursensor zijn onderbroken.
2 213De gemeten temperatuur door de aanvoertemperatuursensor of de retourtemperatuursensor, stijgt te snel.
200Het toetstel is in cv-bedrijf
200Het cv-toestel bevindt zich in cv-bedrijf
201Het toestel is in warmwaterbedrijf
201Het toetstel is in warmwaterbedrijf
202Het toestel bevindt zich in het schakeloptimalisatieprogramma: het tijdsinterval voor het herinschakelen van de brander is nog niet verlopen (servicefunctie 3-b2).
202Het toestel bevindt zich in het schakeloptimalisatieprogramma:
202Het cv-toestel wacht. Er is vaker dan 1x per 10 minuten een warmtevraag van een aan/uit- of een modulerende regeling geweest.
203Het cv-toestel staat stand-by
203Het toestel bevindt zich in stand-by, geen warmtevraag aanwezig
204De actuele aanvoertemperatuur is hoger dan de gewenste aanvoertemperatuur. De brander is uitgeschakeld.
204Het cv-toestel wacht. De gemeten aanvoertemperatuur is hoger dan de berekende of ingestelde cv-watertemperatuur.
2051Interne storing.
2051Interne storing
2052Maximale inschakelduur ontstekingstransformator overschreden
2052Maximale inschakelduur ontstekingstransfor- mator overschreden.
207De cv-waterdruk is te laag
207Bedrijfsdruk te laag
207Bedrijfsdruk te laag.
208Het toetstel bevindt zich in servicebedrijf
208Het toestel bevindt zich in servicebedrijf
208Het cv-toestel bevindt zich in servicebedrijf
2085 2908Interne storing in branderautomaat.
2085 2908Interne storing in branderautomaat
210De rookgastemperatuursensor heeft een te hoge temperatuur gemeten en staat geopend
212De aanvoer- of veiligheidstemperatuursensor meet een te snelle temperatuurtoename
212Temperatuurverhoging van veiligheids- of aanvoertemperatuursensor te snel
214De ventilator wordt gedurende de veiligheidstijd uitgeschakeld
215Het ventilatortoerental is te hoog
215Ventilator te snel
216Het ventilatortoerental is te laag
217Het ventilatortoerental is onregelmatig tijdens het opstarten
218De aanvoertemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 105 °C
219De veiligheidstemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 105 °C
220De contacten van de veiligheidstemperatuursensor zijn kortgesloten of de veiligheidstemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 130 °C
221De contacten van de veiligheidstemperatuursensor zijn onderbroken
222De contacten van de aanvoertemperatursensor zijn onderbroken
222De contacten van de aanvoertemperatuursensor zijn kortgesloten
224Temperatuurbegrenzer warmtewisselaar of rookgastemperatuurbegrenzer is geactiveerd
224Rookgasthermostaat of ketelblok-temperatuurbegrenzer geactiveerd
227Vlam wordt niet herkend
227Er is onvoldoende ionisatiestroom gemeten na het ontsteken van de brander.
227Er is onvoldoende ionisatiestroom gemeten na het ontsteken van de brander
228Er is een ionisatiestroom gemeten, voordat de brander is gestart
228Er is een ionisatiestroom gemeten voordat de brander is gestart
228Vlamsignaal ondanks uitgeschakelde brander
229Vlam tijdens branderbedrijf uitgevallen
229Er is onvoldoende ionisatiestroom gemeten tijdens het branden
231De netspanning is tijdens een vergrendelende storing onderbroken geweest
232Het externe schakelcontact is geopend
232Warmtebron door extern schakelcontact vergrendeld.
233Storing codeerstekker of toestelelektronica.
233Codeerstekker niet herkent
233Codeerstekker niet herkent.
234De contacten van het gasblok zijn onderbroken.
234De contacten van het gasblok zijn onderbroken
234Elektrische storing gasregelblok.
235Versieconflict toestelelektronica/codeerstekker.
235Verkeerde codeerstekker (KIM)
235Verkeerde codeerstekker (KIM).
237De branderautomaat of de KIM is defect
237Systeemstoring
238Toestel elektronica is defect
238Toestelelektronica is defect
238De branderautomaat of de KIM is defect
239De branderautomaat of de KIM is defect
24Actuele CV-watertemperatuur
242Systeemstoring toestelelektronica
242Systeemstoring toestel elektronica
242 t/m 259De branderautomaat of de KIM is defect
244Systeemstoring toestel elektronica / bedieningspaneel
244Systeemstoring toestelelektronica/bedieningspaneel
245Systeemstoring toestelelektronica
245Systeemstoring toestel elektronica
246 247 257Interne storing aan branderautomaat
246 247Interne storing aan branderautomaat
249 250Systeemstoring toestel elektronica
251 252Systeemstoring toestel elektronica
253 254Systeemstoring toestel elektronica
256Systeemstoring toestelelektronica/bedieningspaneel
256Systeemstoring toestel elektronica / bedieningspaneel
257Interne storing aan branderautomaat
258Interne storing in sturing
259Systeemstoring toestel elektronica
259 262 263Systeemstoring toestelelektronica
260De aanvoertemperatuursensor meet geen temperatuurstijging na een branderstart
261De branderautomaat is defect
262De branderautomaat of de KIM is defect
262 263Systeemstoring toestel elektronica
263De branderautomaat of de KIM is defect
264Het stuursignaal of de spanning van de ventilator is tijdens bedrijf weggevallen
264Luchttransport tijdens bedrijfsfase uitgevallen
265Warmtevraag minder dan geleverde energie
265Het cv-toestel wacht. Het cv-toestel schakelt geregeld in op laaglast om aan de warmtevraag te voldoen.
268Componenten test
268Componenten testmodus
268Componententestmodus
269Vlambeveiliging
269De ontstekingsunit is te lang aangestuurd
270Het cv-toestel wordt gestart
270Warmtebron wordt ingeschakeld
273Bedrijfsonderbreking: veiligheidscontrole na 24 uur continubedrijf
275Test codeerstekker herkend
275Test-codeerstekker herkend
28ProLine • 6721823664 (2022/09)
281Pomp vast of loopt droog
2909Systeemstoring toestelelektronica/bedieningspaneel
2910Storing in het rookgasafvoersysteem (te veel of te weinig weerstand in de luchtstroom)
2911Kalibratie mislukt.
2911Kalibratie mislukt
2912Geen vlamsignaal tijdens de kalibratie
2912Geen vlamsignaal tijdens de kalibratie.
2913Vlamsignaal te laag in de kalibratie.
2913Vlamsignaal te laag in de kalibratie
2914Systeemstoring toestelelektronica
2914Systeemstoring toestelelektronica.
2915Systeemstoring toestelelektronica.
2915Systeemstoring toestelelektronica
2916Systeemstoring toestelelektronica
2916Systeemstoring toestelelektronica.
2917Geen vlamsignaal tijdens de controle van de ver- brandingsregeling.
2917Geen vlamsignaal tijdens de controle van de verbrandingsregeling
2918Storing in de rookgasafvoerbuis
2918Storing in de rookgasafvoerbuis.
2920Storing vlambeveiliging.
2920Storing vlambeveiliging
2921Het toestel bevindt zich in de testmodus (menu 5, pagina 36 handleiding)
2921Het toestel bevindt zich in de testmodus ( menu 5, pagina 36)
2922Interne storing aan branderautomaat.
2922Interne storing aan branderautomaat
2923 2924Systeemstoring toestel elektronica
2923 2924Systeemstoring toestelelektronica.
2925 2926Systeemstoring toestelelektronica.
2925 2926Systeemstoring toestel elektronica
2927Vlam wordt tijdens ontsteking niet herkend
2927Vlam wordt tijdens ontsteking niet herkend.
2928 2930 2931 2940Interne storing in branderautomaat.
2928 2930Interne storing in branderautomaat
2931 2940Interne storing in branderautomaat
2932Interne storing
2932Interne storing.
2941Debiet in de warmtebron te laag
2942Geen toerentalterugmelding van ventilator
2942Geen toerentalterugmelding van ventilator.
2943Netspanning te laag.
2943Netspanning te laag
2944Luchtdrukschakelaar geopend
2944Luchtdrukschakelaar geopend.
2945Te veel korte warmtevragen in korte tijd.
2945Te veel korte warmtevragen in korte tijd
2946Verkeerde codeerstekker
2946Verkeerde codeerstekker.
2947Pomptestprogramma is geactiveerd.
2947Pomptestprogramma is geactiveerd
2948Geen vlamsignaal bij laag vermogen
2948Geen vlamsignaal bij laag vermogen.
2949Geen vlamsignaal bij hoog vermogen.
2949Geen vlamsignaal bij hoog vermogen
2950Geen vlamsignaal na startprocedure
2950Geen vlamsignaal na startprocedure.
2951De vlam dooft te vaak.
2951De vlam dooft te vaak
2952Interne storing bij het testen van het ionisatiesignaal
2952Interne storing bij het testen van het ionisatie- signaal.
2953Geen vlamsignaal bij laag vermogen.
2953Geen vlamsignaal bij laag vermogen
2954Geen vlamsignaal bij hoog vermogen
2954Geen vlamsignaal bij hoog vermogen.
2955Ingestelde parameters voor de hydraulische configuratie worden door warmtebron niet on- dersteund.
2955Ingestelde parameters voor de hydraulische configuratie worden door warmtebron niet ondersteund
2956Hydraulische configuratie aan de warmtebron is geactiveerd
2957 2958Systeemstoring toestelelektronica.
2957 2958Systeemstoring toestel elektronica
2959 2960Systeemstoring toestel elektronica
2959 2960Systeemstoring toestelelektronica.
2961 2962Geen signaal van ventilator aanwezig.
2961 2962Geen signaal van ventilator aanwezig
2963Signaal van ketelblok-temperatuurbegrenzer en aanvoertempertuursensor ligt buiten het toegestane bereik.
2963Signaal van ketelblok-temperatuurbegrenzer en aanvoertempertuursensor ligt buiten het toege- stane bereik.
2964Te geringe debiet in ketelblok.
2964Te geringe debiet in ketelblok
2965Te hoge aanvoertemperatuur
2965Te hoge aanvoertemperatuur.
2966Te snelle temperatuurverhoging van de aanvoer- temperatuur in het ketelblok.
2966Te snelle temperatuurverhoging van de aanvoertemperatuur in het ketelblok
2967Temperatuurverschil tussen aanvoertempertuursensor en ketelblok-temperatuurbegrenzer is te groot
2967Temperatuurverschil tussen aanvoertemper- tuursensor en ketelblok-temperatuurbegrenzer is te groot.
2968De installatie wordt momenteel bijgevuld
2969Maximaal aantal keren bijvullen bereikt
2971Bedrijfsdruk te laag.
2971Bedrijfsdruk te laag
2972Netspanning te laag
2973Systeemstoring toestel elektronica / bedieningspaneel
2974Interne storing
2A 343Tijdens cv bedrijf: de rookgastemperatuursensor meet een temperatuurstijging, maar de aanvoertemperatuursensor niet.
2CSafetysensor van de warmtewisselaar te warm De pomp is defect. Het waterniveau in het cv circuit is te laag door lekkage of lucht in de installatie
2CSafetysensor van de warmtewisselaar te warm
2C 348Tijdens warmwaterbedrijf: de aanvoertemperatuur is hoger dan 85°C.
2C 348Tijdens warmwaterbedrijf: de aanvoertemperatuur is hoger dan 85 °C.
2C 348Tijdens warmwaterbedrijf is de aanvoertemperatuur hoger dan 85 °C.
2E 207De cv-waterdruk is te laag, lager dan 0,2 bar.
2E 207Storing waterdruk: De waterdruk in de CV-installatie is te laag (lager dan 0,2 bar).
2E 207De cv waterdruk is te laag.
2E 357Het ontluchtingsprogramma is actief.
2FWarmteverschil tussen de safety en aanvoersensor is te groot. De aanvoer en retoursensor zijn onderling verwisseld. Er is te veel weerstand in het CV-circuit bijvoorbeeld dicht gezette radiatorventielen. De bypass is foutief geïnstalleerd of ingesteld. De pomp zit vast.
2FWarmteverschil tussen de safety en aanvoersensor is te groot. De aanvoer en retoursensor zijn onderling verwisseld. Er is te veel weerstand in het cv-circuit bijvoorbeeld dicht gezette radiatorventielen. De bypass is foutief geïnstalleerd of ingesteld. De pomp zit vast.
2FWarmteverschil tussen de safety- en aanvoersensor is te groot
2F 260De aanvoertemperatuursensor meet geen temperatuurstijging na een branderstart.
2F 260De aanvoersensor heeft geen temperatuurstijging van het cv water gemeten na een branderstart.
2F 260Storing aanvoerwatertemperatuur
2F 260De aanvoertemperatuursensor meet geen temperatuurstijging na een branderstart.
2F 271Het gemeten temperatuursverschil tussen de aanvoer- en safetytemperatuursensor is te groot
2F 271Het temperatuursverschil van het cv-water gemeten tussen de aanvoer- en safetytemperatuursensor is te groot
2F 271Het gemeten temperatuursverschil tussen de aanvoer- en safetytemperatuursensor is te groot.
2F 271Storing temperatuursverschil
2F 338Starttest te vaak afgebroken
2F 345De aanvoertemperatuursensor meet geen temperatuurstijging na een branderstart.
2F 578Tijdens de sensortest is een te groot temperatuurverschil gemeten tussen de aanvoer en retourtemperatuursensor.
2H 358De 3wegklep wordt gedeblokkeerd.
2H 358De 3-wegklep wordt gedeblokkeerd.
2L 266De pomptest is mislukt.
2L 266De druksensor heeft onvoldoende cv-zijdige stroming gemeten. Deze controle wordt elke 5 minuten herhaald.
2L 266De sensoren in het cv-toestel meten een afwijkende temperatuur.
2L 266De druksensor heeft na vier pogingen geen CV-zijdige drukverhoging kunnen meten.
2L 329De druksensor meet geen waterstroming
2L 329De druksensor meet geen waterstroming.
2PTemperatuur safetysensor stijgt te snel Te veel radiatoren dicht, draai meer radiatoren open. Bypass is te dicht bij de ketel geplaatst, plaats bypass op minimaal 6 meter van de ketel. Ketelvermogen van het toestel is te groot voor de installatie, vermogen van de ketel aanpassen. De safetysensor is mogelijk defect of verlopen
2PTemperatuur safetysensor stijgt te snel
2P 212Storing temperatuur: De aanvoer of safetysensor heeft een waarde gemeten die groter is dan 5 K/sec.
2P 212De gemeten temperatuur door de aanvoertemperatuursensor of de safetytemperatuursensor stijgt te snel.
2P 212De gemeten temperatuur door de aanvoertemperatuursensor of de safetytemperatuursensor stijgt te snel.
2P 212De gemeten temperatuur door de aanvoertemperatuursensor of de safetytemperatuursensor stijgt te snel
2P 341De sensoren in het cv-toestel meten een afwijkende temperatuur.
2P 341De gemeten temperatuur door de aanvoertemperatuursensor of de retourtemperatuursensor, stijgt te snel.
2P 342De gemeten temperatuur door de aanvoertemperatuursensor stijgt te snel.
2UDraai de luchtafscheider één slag open (mits die dicht zat).
2UDraai de luchtafscheider één slag open (mits die dicht zit)
2UDraai de luchtafscheider één slag open (mits die dicht zat)
2U 213Storing temperatuurverschil cv water
2U 213De gemeten temperatuur tussen de aanvoeren de retourtemperatuursensor is te groot.
2U 213De gemeten temperatuur tussen de aanvoer- en de retourtemperatuursensor is te groot.
2U 213De gemeten temperatuur tussen de aanvoer- en de retourtempera- tuursensor is te groot.
2U 349Het op laaglast gemeten temperatuurverschil tussen de aanvoer- en de retourtemperatuursensor is te groot.
2U 349Het op laaglast gemeten temperatuurverschil tussen de aanvoer- en de retourtemperatuursensor is te groot.
2U 349Het op laaglast gemeten temperatuurverschil tussen de aanvoertemperatuursensor en de retourtemperatuursensor is te groot.
2Y 281Storing waterdruk: De pomp zit vast of draait in lucht.
2Y 281De pomp zit vast of draait in lucht.
2Y 282Het stuursignaal van de pomp ontbreekt.
2Y 282Storing pomp
305Cv-toestel kan tijdelijk na warmwatervoorrang niet starten
306Na gasuitschakeling: vlam wordt herkend
323Communicatiestoring van de sturing
328Netspanning kortstondig onderbroken
341Temperatuurverhoging toesteltemperatuur te snel
342Temperatuurverhoging warmwaterbedrijf te snel
350Kortsluiting aanvoertempertuursensor
351Onderbreking aanvoertemperatuursensor
356Voedingsspanning voor de warmtebron is te laag
357Ontluchtingsprogramma
358Pomptestprogramma actief
360Verkeerde codeerstekker
362Service-codeerstekker herkend
363Systeemstoring toestelelektronica: storing bij test van het ionisatiesignaal
364Magneetventiel EV2 lek
365Magneetventiel EV1 lek
3A 264Storing tachosignaal ventilator. Het tachosignaal van de ventilator is tijdens de bedrijfsfase weggevallen.
3A 264Het stuursignaal of de spanning van de ventilator is tijdens bedrijf weggevallen.
3A 264Het stuursignaal of de spanning van de ventilator is tijdens bedrijf weggevallen.
3CToestel start niet, mogelijk is er een onderbreking in het elektrische circuit, controleer doorverbinding (roze / roze of bij de oude kabelkleur bruinwit / roze) in de kabelboom onder de UBA los zit. Controleer de UBA door tijdelijk een andere UBA aan te sluiten.
3CToestel start niet, mogelijk is er een onderbreking in het elektrische circuit.
3C 217Het ventilatortoerental is onregelmatig tijdens het opstarten.
3C 217Storing luchttransport. Geen luchttransport na bepaalde tijd.
3C 217De ventilator draait onregelmatig tijdens het opstarten.
3F 273Het cv-toestel is maximaal 2 minuten uitgeschakeld geweest, omdat het cv-toestel gedurende 24 uur continu in bedrijf is geweest.
3F 273Het cv-toestel is maximaal 2 minuten uitgeschakeld geweest, omdat het cv-toestel gedurende 24 uur continu in bedrijf is geweest. Dit is een veiligheidscontrole.
3F 273Het cv-toestel is maximaal 2 minuten uitgeschakeld geweest.
3F 273Het toestel is gedurende enkele seconden uitgeschakeld geweest, omdat het toestel gedurende 24 uur continu in bedrijf is geweest.
3L 214Ventilator draait niet tijdens de opstartfase.
3L 214De ventilator draait niet tijdens de opstartfase (0C).
3L 214Storing tachosignaal
3L 214De ventilator draait niet tijdens de opstartfase (code “0C”).
3P 216De ventilator draait te langzaam.
3P 216Storing ventilator
3P 216Storing ventilator: De ventilator draait te langzaam.
3P 216Het ventilatortoerental is te laag.
3Y 215De ventilator draait te snel.
3Y 215Het ventilatortoerental is te hoog.
3Y 215Storing ventilator: De ventilator draait te snel.
3Y 215Vergrendelende storing: De ventilator draait te snel.
3Y 215Vergrendelende storingscode: de ventilator draait te snel.
4 222De contacten van de aanvoertemperatuursensor zijn kortgesloten.
4 222De contacten van de aanvoertemperatuursensor zijn kortgesloten.
4ATemperatuur aanvoersensor is te hoog (> 101 C) De aanvoersensor en of retoursensor defect, verlopen, vervuild. Meet de weerstand van de aanvoersensor door.
4ATemperatuur aanvoersensor is te hoog (> 101 °C)
4A 218De aanvoertemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 105 °C.
4A 218De aanvoersensor heeft een cv-watertemperatuur gemeten die hoger is dan 105 °C.
4A 332De aanvoertemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 105 °C.
4A 332De aanvoertemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 110 °C.
4CZekering F2 is defect. Branderthermostaat is te warm geworden. De aanvoertemperatuur is te hoog Te veel radiatoren dicht, draai meer radiatoren open. Bypass is te dicht bij de ketel geplaatst, plaats bypass op minimaal 6 meter van de ketel.
4CZekering F2 is defect. Branderthermostaat is te warm geworden. De aanvoertemperatuur is te hoog.
4C 224Warmtewisselaarmaximaal thermostaat of rookgasmaximaal thermostaat heeft aangesproken.
4C 224De safetytemperatuursensor heeft een te hoge temperatuur gemeten en staat geopend.
4C 224De branderthermostaat heeft een te hoge temperatuur gemeten en staat geopend.
4C 224De maximaal- of branderthermostaat heeft een te hoge temperatuur gemeten en staat geopend.
4E 278De sensortest is mislukt
4E 347De retourtemperatuursensor heeft een hogere cv-watertemperatuur gemeten dan de aanvoertemperatuursensor. Na 10 minuten volgt een herstart.
4E 347De retourtemperatuursensor heeft een hogere cv-watertemperatuur gemeten dan de aanvoertemperatuursensor. Na 10 minuten volgt een herstart.
4E 375De contacten de externe sensor (bijv. Solarsensor) zijn kortgesloten.
4E 376De contacten de externe sensor (bijv. Solarsensor) zijn onderbroken.
4FDe temperatuur van de safetysensor is hoger dan 101C Er is te veel weerstand in het CV-circuit, De bypass is foutief geïnstalleerd of ingesteld. De safetysensor is mogelijk defect of verlopen. De pomp krijgt geen spanning. Waterniveau in het CV-circuit is te laag.
4FDe temperatuur van de safetysensor is hoger dan 101 °C
4F 219De aanvoersensor heeft een CV-watertemperatuur gemeten die hoger is dan 105 °C.
4F 219De safetysensor heeft een CV-watertemperatuur gemeten die hoger is dan 105 °C.
4F 219De safetytemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 105 °C.
4F 219De safetytemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 105 °C.
4LDe safetysensor is kortgesloten De sensor is defect. Meet de weerstand van de sensor door
4LDe safetysensor is kortgesloten
4L 220De contacten van de safetysensor zijn kortgesloten of de safetysensor heeft een cv-watertemperatuur gemeten die hoger is dan 130 °C.
4L 220De contacten van de safetysensor zijn kortgesloten, of de safetysensor heeft een cv-watertemperatuur gemeten die hoger is dan 130 °C.
4L 220De contacten van de safetytemperatuursensor zijn kortgesloten of de safetytemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 130 °C.
4L 220De contacten van de safetytemperatuursensor zijn kortgesloten of de safetytemperatuursensor heeft een temperatuur gemeten die hoger is dan 130 °C.
4PDe safetysensor maakt geen contact De sensor is defect. Meet de weerstand van de sensor door
4PDe safetysensor maakt geen contact
4P 221De contacten van de safetysensor zijn kortgesloten of de safetysensor heeft een cv-watertemperatuur gemeten die hoger is dan 130 °C.
4P 221De contacten van de safetysensor zijn kortgesloten, of de safetysensor heeft een cv-watertemperatuur gemeten die hoger is dan 130 °C.
4P 221De contacten van de safetytemperatuursensor zijn onderbroken.
4UDe aanvoersensor is kortgesloten De aanvoersensor en of retoursensor defect, verlopen, vervuild. De safetysensor is mogelijk defect of verlopen
4UDe aanvoersensor is kortgesloten
4U 222De contacten van de aanvoersensor zijn onderbroken
4U 222De contacten van de aanvoertemperatuursensor zijn kortgesloten.
4U 350De contacten van de aanvoertemperatuursensor zijn kortgesloten.
4U 522Er wordt een sensortest uitgevoerd. Het cv-toestel wacht, totdat de test is geslaagd.
4U 522Er wordt een sensortest uitgevoerd
4YDe aanvoersensor maakt geen contact De aanvoersensor en of retoursensor defect, verlopen, vervuild. De safetysensor is mogelijk defect of verlopen.
4YDe aanvoersensor maakt geen contact
4Y 223De contacten van de aanvoersensor zijn onderbroken.
4Y 223De contacten van de aanvoertemperatuursensor zijn onderbroken.
4Y 351De contacten de aanvoertemperatuursensor zijn onderbroken.
5AUBA vergrendeld: Storing ontstaat door gebruik van Service Tool
5AUBA vergrendeld Storing ontstaat door gebruik van Service Tool
5CUBA vergrendeld
5C 226Service Tool is aangesloten geweest.
5FService Tool: servicetest duurt te lang.
5FUBA vergrendeld
5H 268Bedrijfscode: Component Testfase.
5H 268Component testfase
5P 552Er is vaker dan is toegestaan, een reset uitgevoerd door een op het cv-toestel aangesloten regeling of kamerthermostaat.
5YUBA vergrendeld
5YService Tool: servicetest duurt te lang of een cv-toestelparameter is gewijzigd.
5YNefit Service Tool: servicetest duurt te lang of een cv-toestelparameter is gewijzigd.
604Systeemstoring branderautomaat
6AEr treedt geen ionisatie op na ontsteekfase, er is wel vlambeeld maar vlam valt weg tijdens op toeren komen van ventilator De brander krijgt te weinig gas of er zit lucht in de gasleiding
6AEr treedt geen ionisatie op na ontsteekfase, maar de gloeiplug/ventilator werken wel
6AEr treedt geen ionisatie op na ontsteekfase, de gloeiplug werkt niet
6AEr treedt geen ionisatie op na ontsteekfase, de ventilator draait niet De ventilator werkt niet naar behoren: controleer ventilatorconnectoren,zekeringen.
6A 227De brander ontsteekt niet
6A 227Storing ionisatiestroom
6A 227Er is onvoldoende ionisatiestroom gemeten na het ontsteken van de brander.
6A 227Er is onvoldoende ionisatiestroom gemeten na het ontsteken van de brander
6CEr treedt ionisatie op na beindigen warmtevraag, de gasklep sluit niet
6CEr treedt ionisatie op na beëindigen warmtevraag, de gasklep sluit niet
6C 228Er is een ionisatiestroom gemeten, voordat de brander is gestart.
6C 228Storing ionisatiestroom: Er is ionisatiestroom gemeten nadat de brander gedoofd is.
6C 228Er is een ionisatiestroom gemeten voordat de brander is gestart.
6C 306Er is een ionisatiestroom gemeten, nadat de brander is gedoofd.
6C 306Storing ionisatiestroom: Er is ionisatiestroom gemeten, nadat de brander gedoofd is.
6C 306Storing ionisatiestroom: Er is ionisatiestroom gemeten nadat de brander gedoofd is.
6C 509De besturingsunit is defect
6HDe ionisatie (cq. de vlam) valt weg vlak na het ontsteken
6LDe ionisatie (cq. de vlam) valt weg tijdens werkend toestel
6L 229Er is onvoldoende ionisatiestroom gemeten tijdens het branden.
6L 229Storing ionisatiestroom: Er is onvoldoende ionisatiestroom gemeten tijdens de bedrijfsfase.
6P 269De ontstekingsunit is te lang aangestuurd.
6P 269De gloeiplug is langer dan 10 minuten aangestuurd.
6Y 203Storing ionisatiestroom De ionisatiestroom is te hoog. ja knippert met een frequentie van 1 Hz. Geen CV-bedrijf en geen warm tapwater.
7AUBA defect
7A 550De netspanning is te laag.
7CDe netspanning valt weg tijdens vergrendelende fout of resetknop te kort ingedrukt
7C 231De netspanning is tijdens een vergrendelende storing onderbroken geweest.
7FZekering F3 defect. UBA defect 31 Kortsluiting in 24 Vcircuit (driewegklep of UBAkroonsteen). Spoor kortsluiting op en vervang zekering F3 in UBA. Druk op reset tot r op display verschijnt. 39 Netspanning of ModuLine thermostaat wordt extern beïnvloed: controleer de ModuLine thermostaat. controleer het elektrisch netwerk of zich piekspanningen voordoen die veroorzaakt kunnen worden door windmolens en/of aggregaten. UBA is mogelijk defect. Controleer de UBA door tijdelijk een andere UBA aan te sluiten. Druk op reset tot r op display verschijnt.
7FZekering F3 defect / UBA defect
7HUBA defect Netspanning of ModuLine thermostaat wordt extern beïnvloed, Controleer het elektrisch netwerk of zich piekspanningen voordoen d UBA is mogelijk defect. Controleer de UBA door tijdelijk een andere UBA aan te sluiten.
7HUBA defect
7H 328Er is een kortstondige onderbreking van de netspanning geweest.
7LUBA defect: Netspanning of ModuLine thermostaat wordt extern beïnvloed.
7L 261Storing UBA: De UBA 3 is defect.
7L 261De branderautomaat is defect.
7L 280De branderautomaat is defect.
7L 280Storing UBA: De UBA 3 is defect.
8 YDoorverbinding in kabelboom onderbroken
810Warmwatertemperatuur 2 uur lang niet gestegen
815Temperatuursensor open verdeler defect
888Bedrijfsfase Displaytest gedurende de opstartfase.
8C 373De branderthermostaat heeft, vaker dan is toegestaan, een te hoge temperatuur gemeten.
8C 374Er is, vaker dan toegestaan, onvoldoende ionisatiestroom gemeten tijdens het branden.
8U 364De uitgevoerde lektest van de gasklep is mislukt.
8Y 232Het externe schakelcontact is geopend.
8Y 232Bedrijfsfase: Displaytest gedurende de opstartfase.
9Storing UBA 3 of de KIM
9 233De branderautomaat of de KIM is defect.
9.Interne fout UBA
9AInterne fout UBA
9A 235De geplaatste jumper correspondeert niet met het toesteltype.
9A 235De KIM is te nieuw voor de branderautomaat.
9H 237De branderautomaat of de KIM is defect.
9H 267De branderautomaat of de KIM is defect.
9H 272De branderautomaat of de KIM is defect.
9L 234De contacten van het gasregelblok zijn onderbroken.
9L 238De branderautomaat of de KIM is defect.
9L 238De besturingsunit is defect.
9P 239De branderautomaat of de KIM is defect.
9U 233De branderautomaat of de KIM is defect.
=H 201Het cv-toestel brandt en bevindt zich in tapwaterbedrijf.
=H 201Het cv-toestel is in bedrijf voor warm water.
C 240De contacten van de retourtemperatuursensor zijn kortgesloten.
C0 288De waterdruk is te hoog (> 5,7 bar) of de contacten van de druksensor zijn onderbroken.
C0 288De waterdruk is te hoog (> 5 bar) of de contacten van de druksensor zijn onderbroken.
C0 289De contacten van de druksensor zijn kortgesloten.
CA 286De retourtemperatuursensor heeft een cv-retourtemperatuur gemeten die hoger is dan 105°C.
CA 286De retourtemperatuursensor heeft een cv-retourtemperatuur gemeten die hoger is dan 105 °C.
CU 240De contacten van de retourtemperatuursensor zijn kortgesloten.
CY 241De contacten van de retourtemperatuursensor zijn onderbroken.
E 242Storing UBA 3 of de KIM
E 243Storing UBA 3 of de KIM
E 244Storing UBA 3 of de KIM
E 245Storing UBA 3 of de KIM
E 246Storing UBA 3 of de KIM
E 247Storing UBA 3 of de KIM
E 248Storing UBA 3 of de KIM
E 249Storing UBA 3 of de KIM
E 250Storing UBA 3 of de KIM
E 251Storing UBA 3 of de KIM
E 252Storing UBA 3 of de KIM
E 253Storing UBA 3 of de KIM
E 254Storing UBA 3 of de KIM
E 255Storing UBA 3 of de KIM
E 256Storing UBA 3 of de KIM
E 257Storing UBA 3 of de KIM
E 258Storing UBA 3 of de KIM
E 259Storing UBA 3 of de KIM
E 260Storing UBA 3 of de KIM
E 261Storing UBA 3 of de KIM
E 262Storing UBA 3 of de KIM
E 263Storing UBA 3 of de KIM
E 264Storing UBA 3 of de KIM
E 265Storing UBA 3 of de KIM
E 266Storing UBA 3 of de KIM
E 267Storing UBA 3 of de KIM
E 268Storing UBA 3 of de KIM
E 269Storing UBA 3 of de KIM
E 270Storing UBA 3 of de KIM
E 271Storing UBA 3 of de KIM
E 272Storing UBA 3 of de KIM
E 273Storing UBA 3 of de KIM
E 274Storing UBA 3 of de KIM
E 275Storing UBA 3 of de KIM
E 276Storing UBA 3 of de KIM
E 277Storing UBA 3 of de KIM
E 278Storing UBA 3 of de KIM
E 279Storing UBA 3 of de KIM
E 280Storing UBA 3 of de KIM
E 281Storing UBA 3 of de KIM
E 282Storing UBA 3 of de KIM
E 283Storing UBA 3 of de KIM
E 284Storing UBA 3 of de KIM
E 285Storing UBA 3 of de KIM
E 286Storing UBA 3 of de KIM
E 287Storing UBA 3 of de KIM
E AUBA defect
E1 242De branderautomaat of de KIM is defect.
E1 243De branderautomaat of de KIM is defect.
E1 244De branderautomaat of de KIM is defect.
E1 245De branderautomaat of de KIM is defect.
E1 247De branderautomaat of de KIM is defect.
E1 248De branderautomaat of de KIM is defect.
E1 249De branderautomaat of de KIM is defect.
E1 255De branderautomaat of de KIM is defect.
E1 257De branderautomaat of de KIM is defect.
EA 246De branderautomaat of de KIM is defect.
EA 252De branderautomaat of de KIM is defect.
EA 253De branderautomaat of de KIM is defect.
EC 251De branderautomaat of de KIM is defect.
EC 256De branderautomaat of de KIM is defect.
EE 554De besturingsunit ziet een interne fout.
EE 657De besturingsunit ziet een interne fout.
EF 254De branderautomaat of de KIM is defect.
EH 250De branderautomaat of de KIM is defect.
EH 258De branderautomaat of de KIM is defect.
EH 262De branderautomaat of de KIM is defect.
EL 259De branderautomaat of de KIM is defect.
EL 259De besturingsunit is defect.
EL 279De branderautomaat of de KIM is defect.
EL 279De besturingsunit is defect.
EL 290De branderautomaat of de KIM is defect.
EL 290Storing UBA 3 of de KIM
EP 287De branderautomaat of de KIM is defect.
EY 263De branderautomaat of de KIM is defect.
F 5Ingestelde gewenste nadraaitijd van de pomp
Geen display-weergaveHet cvtoestel krijgt geen spanning.
Geen display-weergaveHet cv toestel krijgt geen spanning.
H 200Het CV-toestel bevindt zich in CV bedrijf.
H 200Het CV-toestel bevindt zich in CV bedrijf
H 200Bedrijfsfase CV-bedrijf Het CV-toestel bevindt zich in CV-bedrijf
H 200Het CV-toestel bevindt zich in CV-bedrijf
H 200Het cv-toestel bevindt zich in cv bedrijf
H 200Het cv-toestel bevindt zich in cv-bedrijf
H 201Het cv-toestel bevindt zich in handmatig bedrijf
H 201Bedrijfsfase handmatig CV-bedrijf Het cv-toestel bevindt zich in handmatig bedrijf
H 7De waterdruk in de cv-installatie is te laag (lager dan 0,8 bar)
H--Er is geen onderhoudsperiode ingesteld.
H03Onderhoudsmelding: Het aantal branderuren voor de volgende onderhoudsbeurt is verlopen.
H07De gemeten cv-waterdruk is te laag
H07De cv-waterdruk is lager dan 1,0 bar tijdens standby of lager dan 1,3 bar tijdens bedrijf
H07Servicecode: De waterdruk in de CV-installatie is te laag (lager dan 0,8 bar)
H11De uitstroom- of koudwatertemperatuursensor is defect. De functie wordt overgenomen door de software van het cv-toestel.
H11Servicecode
H11De warmwateruitstroomtemperatuursensor is defect. De functie wordt overgenomen door de software van het cv-toestel.
H12De boilertemperatuursensor is defect. De functie wordt overgenomen door de software van het cv-toestel.
H13De ingestelde onderhoudsperiode is verstreken. Onderhoud ge- wenst.
H13Onderhoudsperiode is ingesteld.
H13De ingestelde onderhoudsperiode is verstreken. Onderhoud gewenst.
H201Het cv-toestel bevindt zich in handmatig bedrijf
H25De contacten van de druksensor zijn onderbroken.
HrEBedrijfscode: Reset wordt uitgevoerd.
Knipperende waterdrukDe gemeten cv waterdruk is te laag. Het vermogen voor zowel cv bedrijf als voor warmwaterbedrijf wordt beperkt.
L 99Ingesteld gewenst vermogen %
P1.6Actuele druk van de CV-installatie
P1.6Actuele druk van de cv-installatie
P_ _Bedrijfsfase: De waterdruk in de CV-installatie is te hoog.
P__Bedrijfsfase: De waterdruk in de cv-installatie is te hoog.
rEBedrijfscode: Reset wordt uitgevoerd.
re 604Het cv-toestel wordt gereset

Bekijk Nefit-onderdelen →

De waardering van www.voordeelcvketels.nl/ bij WebwinkelKeur Reviews is 8.8/10 gebaseerd op 43 reviews.
Scroll naar boven